Geschiedenis

Geschiedenis van De Spelgroep

Tijdens de pauzes zwierf ik door de gangen van de school. Alleen. Of met een vriend. Als het lekker weer was, wurmde ik me door de massa leerlingen naar buiten, de grote stenen trap af, het schoolplein op. Dan wandelde ik naar de supermarkt om een zak chips en een blik cola te kopen. Onderweg gooide ik mijn boterhammen in de prullenbak. De school met haar gangen, plein, en omgeving was het decor van mijn dagelijks leven. Ik zat in de derde. En ik februari begon me iets op te vallen. In alle gangen hingen posters. Een schaakspel in zwartwit. Uit de omgevallen koning stroomde helderrood bloed. Macbeth stond erop, in zwarte omineuze letters. In de hal van de school was het een drukte van belang. Een grote groep leerlingen was druk in de weer om de metershoge ramen te verduisteren. Er werd een enorme steiger van twee verdiepingen gebouwd. Een podium getimmerd. Decors geschilderd. In een week tijd transformeerde de grote hal van mijn school in een enorm kasteel. Ik schuifelde nieuwsgierig tussen al die bedrijvigheid door. Tijdens de grote pauze kocht ik een kaartje voor de voorstelling. En die avond zat ik in het publiek te kijken naar een grote uitvoering van Koor, Orkest en Spelgroep. Een levensveranderende ervaring. Wat ik zag was niet alleen het spannende verhaal van Shakespeare. Ik maakte mee hoe meer dan honderd medeleerlingen samenwerkten om dit verhaal zo indringend mogelijk op mij over te brengen. Een theatrale beleving, niet met het verstand maar met de onderbuik. Na de voorstelling wist ik: ik wil hier bij. Kan me niet schelen hoe. Ik wil dit. Toen ik dat besluit nam kon ik niet vermoeden dat nu, 25 jaar later, mijn leven nog steeds in het teken staat van theater. En dat ik nog steeds bij de Spelgroep betrokken ben.

Toen ik me in de herfst van 1992 bij De Spelgroep aansloot, bevond de groep zich in een soort gouden eeuw, qua omvang van de voorstellingen.

Toen Cees Mobach in 1970 met zijn eerste kooruitvoering kwam, was er alreeds sprake van theatrale elementen. Mobach bedacht vanuit de muziek een komische act of een spectaculaire gebeurtenis als omlijsting van het concert, intermezzo genoemd. Deze intermezzi werden steeds langer en spectaculairder.  In 1976 werd een spelgroep opgericht door een aantal leerlingen. Één ervan was Jeroen Kriek. Amanuensis Karel ten Beumer werd gevraagd als regisseur omdat ze hem grappig vonden en omdat hij iets wist van commedia dell’arte. De spelgroep begon met theater maken los van de muziek van het Koor. Ze maakten satirische sketches. “Driving Miss Lizzy” was bijvoorbeeld een totaal absurde tv-quiz. De sketches kenmerkten zich door een geheel eigen humor, fysiek spel en een snelle montage.  Geheel in de geest van de tijd was er ook behoefte aan theater dat meer was dan alleen maar “leuk om naar te kijken”. Het moest maatschappelijk geëngageerd zijn. In 1969 had “actie-tomaat” de hele landelijke theaterwereld op zijn kop gezet. Jonge acteurs gooiden tomaten tijdens voorstellingen van de gevestigde toneelgezelschappen. Ze eisten (en kregen) vernieuwing van het “elitaire, door de staat gecontroleerde” toneelbestel. De drang naar betekenis en engagement in de kunst viel in vruchtbare aarde op het Wagenings Lyceum van de jaren ’70.

De Spelgroep verzorgde jarenlang een steeds groter wordend stukje van de grote koor en orkest uitvoeringen. En langzamerhand veranderde hun rol van dienend naar steeds prominenter. In 1982 werd “Oikos” uitgevoerd. Een speciaal voor het Wagenings Lyceum geschreven opera. Dit was de eerste keer dat Koor, Orkest en Spelgroep samen één groot verhaal vertelden. Dit smaakte naar meer. Vanaf 1987 hadden de rollen zich definitief omgedraaid. Het koor en het orkest zorgden voor de muzikale omlijsting van de Spelgroepvoorstelling. Muziek diende theater in plaats van andersom. Na twee jaar samengewerkt te hebben met regisseur Tele Hendriks, verscheen Jeroen Kriek opnieuw ten tonele. Kriek was oud-leerling en spelgroep-lid van het eerste uur. Hij had nog maar één dag de regie-opleiding afgrond of Cees Mobach belde hem al op. Of hij De Spelgroep wilde regisseren. De samenwerking tussen Mobach en Kriek leidde tot een zestal legendarische muziektheater-voorstellingen waar honderden leerlingen bij betrokken waren. Koor, Orkest, Spelgroep, Combo (een pop-band), decorgroep en lichtgroep, allemaal werkten ze samen om één verhaal te vertellen. En ik maakte als als scholier dus onderdeel uit van die voorstellingen.

Negen jaar lang heeft Jeroen Kriek zijn stempel gedrukt op De Spelgroep. Hij heeft de Spelgroep nooit beschouwd als middelbare-schooltoneel clubje waar je les aan moet geven. Hij heeft de Spelgroep ingezet als professioneel toneelgezelschap. We waren geen leerlingen. We waren acteurs. We werden meegenomen in het denken over de voorstelling. Het ging niet alleen over hoe iets eruit moest zien, of hoe iets moest klinken. Het ging altijd over de betekenis van de voorstelling. Zowel binnen het stuk zelf, maar zeker ook ten opzichte van de maatschappij. We leerden kritisch kijken naar onszelf en naar de wereld om ons heen. En met de voorstelling namen we ook een positie in. Elk jaar stond er in de Veluwe Post een recensie van het stuk. Niks geen schattig verhaal over lieve scholieren die “de sterren van de hemel spelen”. Een echte serieuze, kritische recensie die inging op welk verhaal we aan het vertellen waren. Ik herinner me dat we ons soms zo onbegrepen konden voelen als we onwelgevallige passages in de recensie lazen. En nu denk ik: wat fantastisch dat we zo serieus genomen werden. Wat geweldig dat een lokale journalist de tijd en de moeite nam om een echte analyse te schrijven van wat er op het toneel gebeurde in plaats van slechts oppervlakkig te beschrijven wat zij zag.

Nadat in 1996 het Koor werd opgeheven en het Orkest werd omgevormd tot Pantarini’s, kon Kriek zich verder ontwikkelen als regisseur voor jongerentheater. Hij nam de Spelgroep mee in zijn zoektocht naar het vinden van nieuwe vormen om jongeren verhalen te laten vertellen. De Spelgroep speelde op landelijke theaterfestivals. En verschillende acteurs werden door Kriek meegenomen naar zijn eigen gezelschap, Growing up in Public, om in voorstellingen te spelen die op tournee gingen door het hele land. Ik was één van die leerlingen.

Nadat Kriek in 1998 zijn laatste voorstelling geregisseerd had bij de Spelgroep, volgden de regisseurs elkaar snel op. Geen van hen bleef langer dan twee jaar. Hiervoor zijn zeer uiteenlopende redenen aan te wijzen. Met het wegvallen van het Koor, het Orkest en later Jeroen Kriek, was de Spelgroep organisatorisch veel meer op zichzelf aangewezen. De school was helemaal veranderd. Een klein clubje had niet vanzelfsprekend een plek. De Spelgroep was gewend aan een bepaald niveau van theater maken. Niet elke regisseur kon daaraan voldoen. Vrijwel alle succesvolle samenwerkingen waren met regisseurs die ook oud-leerling waren van de school. Voor regisseurs van buiten bleek het lastig om het potentieel van een eigenzinnige groep als De Spelgroep volledig te benutten. Met Dante’s Dood in 2006 herleefden de tijden van weleer nog één keer. Als afscheid van het oude schoolgebouw werd het duo Mobach-Kriek voor de laatste keer van stal gehaald. Ik speelde mee. Ik was drie jaar afgestudeerd van de Toneelschool. Het was een van de meest enerverende theatrale gebeurtenissen in mijn leven. Mijn heden, mijn verleden, mijn toekomst verbonden in één voorstelling.

Drie jaar later werd ik gebeld door Jack Bogers, de docent die zich al die jaren sinds de opheffing van het Koor over de Spelgroep ontfermd had. ‘Wil jij De Spelgroep regisseren? Over twee weken zijn de audities’. Ik moest even nadenken. Ik ben namelijk geen regisseur. En vrijwel meteen besloot ik het erop te wagen. Ik zou De Spelgroep gaan gebruiken zoals ik Jeroen Kriek dat ook had zien doen. Niet als plek om een lesje af te draaien. Maar als laboratorium waarin ik mezelf als kunstenaar kan ontwikkelen. Als ik mezelf artistiek op de proef stel, ontstaat er noodzaak. Als ik die noodzaak voel, voelt de Spelgroep die ook. En dan ontstaat er iets moois. Elk jaar opnieuw.

Scroll naar boven